WOZ-waarde woning te hoog door ondeugdelijke vergelijkingsmatrix

schedule 26 aug 2025
bookmark_border Fiscaal, Ondernemer, DGA, IB-ondernemer, Particulier



De rechtbank verlaagt de WOZ-waarde van een woning omdat de gebruikte referentiewoningen
onvoldoende vergelijkbaar zijn. De waarde wordt in goede justitie vastgesteld op € 910.000.





Een man is eigenaar van een vrijstaande woning in de gemeente Alphen Chaam. De heffingsambtenaar
heeft de WOZ-waarde van de woning voor het belastingjaar 2024 vastgesteld op € 944.000
naar waardepeildatum 1 januari 2023. Daartegen maakt de man bezwaar, maar dit wordt
ongegrond verklaard. In beroep handhaaft de inspecteur de waarde, gebaseerd op een
taxatiematrix met twee referentiewoningen. De man stelt dat de waarde te hoog is vastgesteld
en dat de woning niet meer waard is dan € 900.000.


Referentiewoningen onvoldoende vergelijkbaar De rechtbank kijkt kritisch naar de onderbouwing van de WOZ-waarde. De inspecteur
heeft geen duidelijkheid verschaft over de totstandkomingsdata van de koopovereenkomsten
van de referentiewoningen en de wijze van indexatie naar de waardepeildatum. Bovendien
zijn de verschillen in gebruiksoppervlakte en grondoppervlakte met de eigen woning
zo groot, dat de referenties niet als voldoende vergelijkbaar kunnen gelden. Hierdoor
verliest de taxatiematrix haar overtuigingskracht. De rechtbank oordeelt daarom dat
de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde juist is.


Waarde vastgesteld in goede justitie Omdat ook de man geen nadere berekening heeft overgelegd, stelt de rechtbank de waarde
schattenderwijs zelf vast. De woning wordt in goede justitie gewaardeerd op € 910.000.
Dit leidt er tevens toe dat de onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig wordt verminderd.
Het beroep is daarmee gegrond.


Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant, 18-08-2025.


https://www.fiscaalinfo.nl/document/p1-1020308